| Intelligentie |
|
Geschiedenis van de intelligentietest De geschiedenis van het meten van intelligentie begon in Frankrijk. Hier reageerde Alfred Binet op een oproep van een Franse minister om een methode te ontwikkelen om kinderen met een leerachterstand effectiever te laten leren. Binet en zijn collega Theophile Simon, waren er van overtuigd dat het meten van de intellectuele capaciteiten van een kind noodzakelijk was voor opzetten van een aangepast instructieprogramma. Zij kwamen met het (vooruitstrevende) voorstel dat het onderwijs zich moest aanpassen aan het kind en niet andersom. Binet hanteerde een aantal belangrijke uitgangspunten. Allereerst interpreteerde hij de scores als een schatting naar het huidige functioneren en niet als een meting van aangeboren intelligentie. Ten tweede wilde Binet dat zijn scores werden gebruikt om kinderen te identificeren die hulp nodig hebben, niet om deze kinderen te stigmatiseren. Binet was ervan overtuigd dat training en de mogelijkheid jezelf te ontwikkelen intelligentie kan beïnvloeden. Binet’s intelligentietest bleef niet onopgemerkt. Door een combinatie van historische gebeurtenissen en sociale-politieke krachten werd het meten van iemand zijn mentale capaciteiten bijzonder interessant. Toen Amerika in 1917 de oorlog verklaarde aan Duitsland, was het noodzakelijk dat er een goed georganiseerd leger ten strijde kwam. Men moest onderzoeken wie van de velen die zich hadden aangemeld bij het leger in staat was om snel te leren en zich gedurende korte tijd snel kon ontwikkelen. Hoewel er over het begrip intelligentie over het algemeen een bepaalde consensus heerst, zijn er over de verdere beschrijving verschillende definities en verschillende visies. Spearman was van mening dat intelligentie een combinatie was van een aangeboren algemene intelligentie (G factor) en uit verscheidene specifieke capaciteiten (S factor). Wechsler beschrijft intelligentie als “het vermogen van het individu om doelgericht te handelen, rationeel te denken en effectief met zijn omgeving om te gaan”. Een andere algemeen gebruikte definitie van intelligentie is “het vermogen problemen op te lossen in relatie tot tijd”. Met andere woorden: problemen effectief én snel kunnen oplossen. Heden Lange tijd lag in het testen van intelligentie, in het onderwijs en in onze samenleving de nadruk vooral op de logisch-analytische en verbale vermogens. De laatste jaren wordt het begrip intelligentie breder opgevat. Goleman komt met het begrip emotionele intelligentie, waarmee hij handigheid in het omgaan met jezelf en met andere mensen bedoelt. Gardner introduceert het begrip meervoudige intelligentie waarin hij acht aparte gebieden beschrijft waarop een mens meer of minder intelligent kan zijn: taal, rekenen, logisch denken, muziek, ruimtelijk inzicht, lichaam, zelfkennis en mensenkennis. In onze werkwijze hanteren wij enkele uitgangspunten van Binet. Een intelligentietest gebruiken wij onder meer om die kinderen te identificeren die hulp nodig hebben, niet om hen te stigmatiseren. Wij zien de scores van een intelligentietest als een schatting van het huidige functioneren en niet als een vaststaand feit. Hierop volgend passen wij het model toe van (de Nederlandse) professor Mönks, welke een aanvulling is op het model van Renzulli.
Wanneer een kind van nature wel die capaciteiten bezit welke kenmerkend zijn voor een hoogbegaafd kind (motivatie, creativiteit en hoge intellectuele capaciteiten), is het nog altijd de vraag of deze capaciteiten tot uiting zullen komen. Dit hangt af van onder meer school, het gezin en vrienden.
Wanneer een hoogbegaafd kind niet de ruimte krijgt de intellectuele bagage die hij of zij heeft te ontwikkelen, maar zich meer moet bezig houden met het gepest worden dan bestaat er een reële kans dat de uitkomst van een intelligentietest niet geheel aan de verwachtingen zal voldoen. Immers, het kind heeft zich meer bezig gehouden met het ‘overleven’ op school in plaats van de intellectuele capaciteiten verder te ontwikkelen.
Er dient dus altijd verder te worden gekeken dan alleen de uitslag van een intelligentietest. Hoe zit het kind in zijn vel op school? Hoe is het momenteel gesteld met de thuissituatie? Heeft het kind vrienden waaraan hij/zij zich kan optrekken?
Vervolg: |
| Meer informatie? | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
|
||||||
|
email: Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken |