|
Sophie D'Hooghe (15) ervaart haar hoogbegaafdheid veeleer als een last. Op school is ze geen primus. En van kleins af aan ging ze gebukt onder het wereldleed.
Sophie zit in het vierde middelbaar, economie-wiskunde. Niet voorop voor haar leeftijd, niet achterop. Haar jongere broer Elias (12) sloeg twee klassen over. Hij kende als kleuter het verkeersreglement en de verkeersborden al, leerde zichzelf lezen door de opschriften van melkdozen te ontcijferen en goochelde met getallen. 'Zou ik ook zo kunnen worden?' vroeg Sophie aan haar moeder toen Elias na een test duidelijk hoogbegaafd bleek. 'Ik wist niet wat het was, maar ik voelde me anders dan de andere kinderen', zegt de tiener nu.
Op een avond woonde haar moeder een lezing over het onderwerp bij: 'Tot mijn ontzetting herkende ik mijn dochter - niet mijn zoon - in alle problemen die hoogbegaafde kinderen kunnen meemaken en die daar werden opgesomd. Ik was er echt niet goed van. Ik heb toen op school aangedrongen om Sophie ook te laten testen. Ze waren stomverbaasd over het resultaat.'
Sophie heeft net als haar broer Elias een IQ van 142. Er is weliswaar een vrij groot onevenwicht tussen haar verbale vaardigheden (woordenschat en taal), die wat lager zijn, en haar performale IQ (motorische vaardigheden, ruimtelijk en praktisch inzicht). Men spreekt in dat verband vaak over een V/P-kloof. Experts zijn het er niet over eens of het deze kloof is die problemen veroorzaakt wat schoolse prestaties en faalangst betreft.
Dat zijn precies de problemen waar Sophie mee worstelt. Ze is er sinds dit schooljaar voor in begeleiding bij het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek in Antwerpen. Toch was ze bij de kerstexamens nog voor acht van de twaalf vakken gezakt. Had ze dat zelf verwacht? 'Nee, niet echt. Ik wist wel dat sommige vakken niet zo best waren.'
Hoe komt dat? 'Ik begin meestal pas na de middag voor het examen te studeren. Dat is te laat. Ik heb nooit leren studeren. Vroeger snapte ik alles zo wel, in de klas. Dat volstond.'
Vindt ze studeren moeilijk? 'Als het mij niet boeit, lukt het niet.'
Sophies moeder zegt dat de school heel meegaand is en oplossingen probeert te zoeken. Vorig jaar kreeg ze herexamen voor Frans en dat hebben ze creatief opgelost: 'In plaats van haar een rijtje onregelmatige werkwoorden te laten leren, gaven ze haar teksten. Die moest ze zelf uitvlooien op moeilijke woorden en werkwoorden. Zo'n opdracht lukt haar veel beter. Voor geschiedenis moest ze een presentatie maken over een ongezien hoofdstuk. Dat heeft ze wonderwel gedaan.'
Had Sophie geen zin om Latijn te studeren? 'Daar zijn de problemen begonnen', zegt haar moeder. 'In het eerste jaar had ze met Kerstmis 49 procent voor Latijn. Ze had dat met gemak nog kunnen inhalen, maar dat resultaat heeft haar afgeschrikt. Vanaf toen is ze toegeklapt en ging het bergaf. Nu was het tijd om hulp in te roepen, zodat ze stilaan weer bergop kan.'
Zou ze niet makkelijk de eerste van de klas kunnen zijn, als ze wilde? Sophie schudt snel nee: 'Dat wil ik niet.' Ze zou niet willen dat haar vriendinnen haar erop aankijken.
Gevoelig is ze altijd al geweest. Wanneer haar moeder vertelt dat Sophie het als kind heel lastig had toen een baby uit de buurt aan wiegendood stierf, krijgt ze nog tranen in de ogen. 'Sophie bleef maar vragen hoe dat kon: kleine kindjes gaan toch niet dood? Ze kan niet tegen onrecht. Ze denkt over veel dingen dieper na dan haar leeftijdsgenoten. Emotioneel is dat zwaar. Ook de aanslagen op de WTC-torens in New York raakten haar diep.'
Kan ze dan wel naar het nieuws op tv kijken? Sophie glimlacht: 'Nu wel, dat begint te gaan.' Maar overtuigend klinkt het nog niet.
Wat ze later worden wil, weet ze nog niet zeker. 'Iets met economie', denkt ze. Dat vak boeit haar wel.
Bron: http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=R02KJ4C4 |